Focus en werkpatronen

Flow. En waarom je hoofd in de weg staat.

Dat moment waarop werken makkelijker gaat, de zelfkritiek stilvalt en je gewoon verder kan. Flow is niet zeldzaam omdat je er talent voor mist. Het is zeldzaam omdat er te veel rondslingert in je hoofd.

← Terug naar inzichten

Wat flow eigenlijk is

Flow is de toestand waarbij je zo volledig opgeslorpt bent in wat je doet dat de tijd vervormt, de zelfkritiek verdwijnt en werken makkelijker gaat dan normaal. Je bent creatiever, ervaart minder druk en kan precies blijven gaan.

Het is geen toevallige gemoedstoestand. En het is ook geen voorrecht van kunstenaars of atleten. Het is een mentale toestand die iedereen kan bereiken, mits de juiste omstandigheden.

Flow treedt op wanneer de uitdaging van een taak en jouw vaardigheid in evenwicht zijn, en je aandacht nergens anders naartoe trekt.

Wie flow heeft beschreven

MC
Mihaly Csikszentmihalyi
Hongaars-Amerikaans psycholoog · 1934 tot 2021

Csikszentmihalyi (uitgesproken als "cheeks-sent-me-high") was hoogleraar aan de Universiteit van Chicago en later aan de Claremont Graduate University. Decennialang onderzocht hij wanneer mensen zich het meest levend en productief voelen. Zijn conclusie: dat zijn de momenten van volledige absorptie in een taak die hij "flow" noemde. Zijn boek "Flow: The Psychology of Optimal Experience" uit 1990 is het standaardwerk over het onderwerp en werd wereldwijd meer dan een miljoen keer verkocht.

Csikszentmihalyi interviewde duizenden mensen, van chirurgen tot schaakspelers en rockklimmers, en stelde vast dat flow telkens dezelfde kenmerken had: volledige concentratie, verlies van tijdsbesef, een gevoel van controle en een taak die net uitdagend genoeg is om je aandacht vast te houden.

Wat flow in de weg staat

De meeste mensen hebben niet te weinig talent voor flow. Ze hebben te veel rondslingerende dingen in hun hoofd.

Elk van die dingen trekt zachtjes aan je aandacht. Dat mailtje dat je nog moet beantwoorden. De vergadering die je nog moet voorbereiden. Het gesprek dat je hebt uitgesteld. De taak waarvan je niet zeker weet of je ze al dan niet hebt afgewerkt.

Geen van die dingen schreeuwt. Ze fluisteren. Maar samen creëren ze een achtergrondspanning die net genoeg is om je nooit écht weg te laten zakken in flow.

Flow vraagt geen perfecte stilte. Het vraagt een hoofd dat niet voortdurend elders is.

Wat Getting Things Done hier over zegt

Flow is bereikbaar als je hoofd leeg genoeg is

David Allen, de bedenker van de GTD-methode, formuleerde het zo: je brein is gemaakt om te denken, niet om te onthouden.

Wanneer je taken, ideeën en openstaande vragen in je hoofd bewaart in plaats van in een systeem, verbruikt je brein voortdurend energie om ze niet te vergeten. Die energie is er dan niet meer voor het werk zelf.

Wanneer alles wat "open staat" een vertrouwde plek heeft buiten je hoofd, daalt de achtergrondspanning. Je brein hoeft niets meer vast te houden. En dan wordt flow gewoon bereikbaar.

Een leeg hoofd is geen luxe. Het is de basisvoorwaarde voor diep werk.

Wat je vandaag kan doen

Je hoeft geen GTD-systeem op te zetten om morgen al een verschil te merken. Begin met één eenvoudige vraag: wat staat er nu open in mijn hoofd?

Schrijf alles op. Niet om het meteen op te lossen, maar om het uit je hoofd te krijgen. Een takenlijst op papier of in een tool hoeft niet perfect te zijn. Hij hoeft alleen betrouwbaar genoeg te zijn dat je brein hem vertrouwt.

Wanneer je brein weet dat niets verloren gaat, laat het los. En dan kan flow beginnen.

Lees ook

Open lussen houden je hoofd bezet → Wanneer werk je leven begint te domineren →